project.skip_navigation Spring naar inhoud

(088) 355 01 00

Introductiedagen voor studenten

Factsheet evenementenadvisering

Iedere studentenstad kent een introductieperiode, georganiseerd om eerstejaarsstudenten kennis te laten maken met de stad, de onderwijsinstelling, de studentenorganisaties en met elkaar. De introductiedagen vinden plaats omstreeks het begin van een nieuw academie- of studiejaar. De informatie in deze factsheet helpt u om de introductiedagen zo veilig en gezellig mogelijk te laten verlopen.

Zomerweer

Gedurende de zomer kunnen de weersomstandigheden tijdens de introductiedagen leiden tot verschillende gezondheidsrisico’s. Hitte, zonkracht, plotselinge weersomslag en smog kunnen elk een negatieve invloed hebben op de gezondheid van studenten.

Hitte

Bij hoge(re) temperaturen bestaat het risico op oververhitting. In ernstige gevallen leidt dit tot de medische noodsituaties warmte-uitputting en hitteberoerte. Het risico hierop wordt verhoogd bij fysieke inspanning, grote hoeveelheden deelnemers op een klein oppervlakte, een hoge luchtvochtigheid en bij plotselinge stijging van de omgevingstemperatuur, in aanloop naar de introductiedagen. De hitte is het ergst van 12:00-16:00 uur.

Zonkracht

Dit geeft de hoeveelheid UV-straling in het zonlicht weer. Hoe hoger de zonkracht hoe groter de kans op zonverbranding. Herhaalde zonverbranding kan op termijn leiden tot huidkanker.

Plotselinge weersomslag

Houd er rekening mee, dat tijdens de introductiedagen sprake kan zijn van plotselinge weersomslag, hetgeen tot verschillende gezondheidsrisico’s kan leiden.
Zo geeft plotselinge regenval risico op onderkoeling kan storm letsel geven door rondvliegende objecten.

Smog

Smog is een term voor verhoogde luchtverontreiniging. Smog kan leiden tot luchtwegklachten en irritatie van ogen, neus en luchtwegen. Smog geeft de meeste overlast van de namiddag tot en met de vroege avond (16.00-20.00 uur).

Advies

  • Houd de weerberichten goed in de gaten.
  • Laat de studenten voldoende water drinken en een flesje water en zonnebrandcrème bij zich dragen.
  • Het actief natspuiten van studenten tijdens de introductiedagen wordt afgeraden. Beter is om hen zelf de keuze te geven al dan niet nat te worden en dit te faciliteren. Gebruik van verneveling om studenten af te laten koelen kan enkel onder voorwaarden, hierover moet informatie worden ingewonnen bij de GGD.
  • Pas het programma per onderdeel aan op de weersomstandigheden door activiteiten in te korten, pauzes in te lassen of activiteiten af te gelasten.
  • Zorg in noodgevallen voor acute medische hulp.
  • Zorg dat er voldoende ruimte is en voorkom dat de studenten opeengepakt staan (crowd control).
  • Zorg voor toegang tot gratis drinkwater. Bij evenementen waarop sprake is van een hoge omgevingstemperatuur (≥25 °C) moet gratis drinkwater worden verstrekt om het risico op uitdroging en hitteletsel zoveel mogelijk te beperken. Dit kan o.a. gerealiseerd worden door het laten plaatsen van afdoende en toereikende drinkwatertappunten door een erkende installateur en/of door het gratis verstrekken van kant & klare flesjes drinkwater. Het water moet op meerdere plaatsen goed toegankelijk zijn.
  • Naast het voorzien in watertappunten dient er ook aandacht te zijn voor het risico op watervergiftiging (hyponatriëmie), vooral bij gebruik van XTC. De belangrijkste manier om een watervergiftiging te voorkomen is door simpelweg niet teveel water te drinken. Het advies is niet meer dan 1 glas per uur. Om het dorstgevoel te temperen kan een ijsklontje of een waterijsje worden genomen. Bij water-tappunten kan een kort drinkadvies opgehangen worden.
  • Zorg voor koeling van de omgevingslucht door het gebruik van airconditioning en/of zeer grote ventilatoren om de lucht in beweging te zetten.
  • Wees alert op het gebruik van alcohol en drugs en voorzie in goede voorlichting over de extra effecten hiervan bij hitte. Bij het gebruik van middelen zoals alcohol, partydrugs en energydrinks is het risico op nadelige gezondheidseffecten zoals oververhitting van het lichaam groter. Door automatische danspauzes in de programmering van de muziek in te plannen kan onder andere hitte-uitputting en hitteberoerte worden voorkomen.

Preventie gehoorschade

Het RIVM en de Hoorstichting adviseren - vanuit gezondheidskundig oogpunt - een zo laag mogelijk geluidsniveau te hanteren, met als maximum 103 dB(A) (gemeten over 15 minuten) vanaf de leeftijd van 16 jaar. Er wordt dan wel van uitgegaan, dat bezoekers oordoppen dragen, die 15 dB van dit niveau dempen! Dit is overeenkomstig de afspraken die zijn gemaakt in het convenant tussen de overheid en de brancheorganisaties VVEM en VNPF.

Niet alleen harde (versterkte) muziek, maar ook een kort hard geluid zoals een schot, een explosie of een andere harde knal (zoals bij een vuurwerkshow) kan al direct voor schade zorgen. Alleen met goede gehoorbescherming is een maximaal geluidsvolume van 103 dB(A) bij 16 jaar en ouder een veilig geluidsniveau!

Zorg er dus voor dat studenten worden voorgelicht over de risico’s op gehoorschade en hoe de gehoorschade voorkomen kan worden. Alleen dan kunnen zij hun deel van de verantwoordelijkheid nemen.

Gehoorbescherming

Het RIVM en de Hoorstichting raden gehoorbescherming met een muziekfilter aan dat voldoende dempt, minimaal 15-20 dB. Zorg voor de beschikbaarheid van goede gehoorbescherming op het evenement.

Schuimoordoppen worden afgeraden, hiervan is bekend dat deze vaak niet goed ingedaan worden, waardoor er een vals gevoel van veiligheid ontstaat. Daarnaast zitten ze oncomfortabel en vervormen ze de muziek, waardoor men ze vaak weer uit doet.

O.a. de volgende fabrikanten verkopen universele gehoorbescherming met een muziekfilter dat voldoende dempt: ACS, Alpine, Earproof, Elcea (prijzen variëren van € 3,- tot ca. € 20,-).

Advies

  • Creëer op het evenement zogenaamde chill-out-ruimtes, alwaar studenten een "oorpauze" kunnen nemen en het gehoor even rust kunnen geven.
  • Informeer de studenten over het belang van het gebruik van gehoorbescherming.

Voor medewerkers

Vanuit Arbo-wetgeving is het verplicht medewerkers goede gehoorbescherming te verstrekken. Gebruik van gehoorbescherming is verplicht vanaf 85 dB(A).

Middelengebruik

Enkele cijfers van het Trimbos-instituut (2018) uit landelijke en regionale monitors, studies onder studenten en onderzoeken onder jongeren die frequent uitgaan, waaronder veel studenten:

  • Van de 17-jarige hbo-studenten drinkt 80% regelmatig. Van hen drinkt 25% in het weekend meer dan 10 glazen en 45% zegt wel eens zelf alcohol te kopen.
  • Van de studenten tot en met 19 jaar in het hbo/wo drinkt 8 tot 12 % overmatig: mannen meer dan 21 glazen per week, vrouwen meer dan 14 glazen per week. Wo-studenten tellen de meeste overmatige drinkers: 17%.
  • Cannabis is de meest gebruikte drug in Nederland. Gevraagd naar gebruik in het afgelopen jaar, scoren de 18 tot 25-jarigen het hoogst met 21%, de leeftijd van veel hbo en wo-studenten. In de hele bevolking van 18 jaar en ouder ligt dat percentage op 6,6%.
  • Na cannabis volgt ecstasy. Van de 18- tot 25-jarigen gebruikte 11,7% het afgelopen jaar. Het is nog altijd de meest populaire uitgaansdrug.

Waar leidt dit toe?

De gevolgen zijn divers. Geweldsincidenten, verkeersongevallen, onbeschermde seks, ongewenste seksuele ervaringen, verwondingen, black-outs en op lange termijn afhankelijkheid en verslaving.

Alcohol

Omdat nieuwe studenten in deze fase voor het eerst in contact komen met de drinkcultuur van studenten is het extra belangrijk in de introductietijd voldoende aandacht te hebben voor het alcoholbeleid. Vaak is tijdens de introductie alcohol volop aanwezig en beschikbaar. Gelukkig hebben de meeste introductiecommissies een alcohol- en drugsbeleid, maar de invulling verschilt sterk per stad.

Het beperken van de beschikbaarheid van alcohol is één van de meest effectieve manieren om gebruik van alcohol te beïnvloeden. Dat betekent dat door het verkorten van schenktijden, het verhogen van de prijzen en het beperken van het aanbod een grote invloed uitgeoefend kan worden op de hoeveelheid gedronken alcohol.

Minderjarigen

Sinds januari 2014 is het strafbaar om alcohol te verstrekken aan jongeren onder de 18 jaar. Een minderjarige met alcohol in de openbare ruimte kan ook zelf een boete krijgen. Een percentage van de deelnemers aan introductiedagen is nog geen 18 jaar. Daarom dient de introductiecommissie maatregelen te nemen om te voorkomen dat minderjarige deelnemers toch alcohol drinken.

Sociale druk

Sommige studenten drinken alcohol door sociale druk die ze voelen om mee te doen. Vaak drinken ze meer dan ze zouden willen. Haal het drinken van alcohol uit het verplichte en laat dit ook doorvoeren in alle communicatie aan de eerstejaars studenten. Dit kan bijvoorbeeld door:

  • alcohol niet centraal te stellen in de promotie en communicatie rond feesten;
  • leden niet te verplichten aan borrels mee te doen;
  • goede alcoholvrije alternatieven aan te bieden;
  • overmatig alcoholgebruik niet te romantiseren;
  • geen verantwoording te vragen aan leden die niet drinken;
  • tafel- en wandtaps af te schaffen..

Drugs

Studenten gebruiken minder drugs dan alcohol. Het gaat dan om middelen als cannabis, xtc of oneigenlijk gebruik van middelen om de studieprestaties te verhogen zoals Ritalin®. Over lachgas is veel te doen geweest. Er is inmiddels steeds meer bekend over de gezondheidsrisico’s bij het gebruik van lachgas. Bied het niet aan op het evenement, ondanks dat het gas onder de Warenwet valt.

N.B.: Op alle hogescholen en universiteiten is drugsgebruik verboden, dus ook tijdens de introductiedagen.

Wet- en regelgeving

Drugsgebruik is in Nederland voor personen van 18 jaar en ouder niet strafbaar. Maar om overlast te voorkomen kunnen gemeenten in een Algemene Plaatselijke Verordening (APV) opnemen, dat drugsgebruik in aangewezen gebieden wèl strafbaar is.

Het bezit van softdrugs is strafbaar, maar in de praktijk worden kleine hoeveelheden voor persoonlijk gebruik toegestaan (gedoogbeleid). Bij het bezit van maximaal 5 gram cannabis (marihuana, hasj) of niet meer dan 5 hennepplanten neemt de politie de drugs en/of planten in beslag. Meestal vindt er dan geen strafvervolging plaats. Bij het bezit van meer dan 5 gram cannabis of meer dan 5 hennepplanten wordt de persoon wel vervolgd.

Voor minderjarigen geldt het gedoogbeleid niet. Voor hen is de aankoop en het bezit van softdrugs verboden. Bezit, handel, verkoop en productie van harddrugs is altijd verboden. Bezit, verhandeling of verkoop van harddrugs kan leiden tot een gevangenisstraf en/of een geldboete.

Tekenbeten

Een teek is een kleine geleedpotige (spinachtige) parasiet die zich met zijn monddelen vastzet in de huid van zijn gastheer om bloed te zuigen. Omdat de beet van een teek over het algemeen niet pijnlijk is, wordt deze vaak niet opgemerkt.

In Europa is de bekendste soort de Ixodes ricinus of schapenteek. Deze teek komt voor op plaatsen waar de luchtvochtigheid groot is, bijvoorbeeld op plaatsen met lage begroeiing.

Teken komen niet alléén voor in natuurgebieden, maar ook in stadsparken, grasdijken, weilanden en tuinen. Teken worden actief vanaf ongeveer 5 graden Celsius. Vaak wordt gesteld dat het tekenseizoen van maart tot november is, maar door de zachte winters zijn teken het hele jaar door actief.

Teken hebben voorkeur om zich te laven op warme, vochtige plekjes, zoals in de liezen, knieholten en oksels, achter de oren, in de schaamstreek, enzovoort.

Ziekte van Lyme

De ziekte van Lyme is een infectie die wordt veroorzaakt door de Borrelia-bacterie (Borrelia burgdorferi), welke na een beet van een met de bacterie besmette teek op de mens kan worden overgedragen. In Nederland is gemiddeld één op de vijf teken (20%) besmet met de Lymebacterie. Het is daarom zaak de datum van een tekenbeet te noteren en alert te zijn op mogelijke verschijnselen die zouden kunnen wijzen op een besmetting na een tekenbeet. Bij twijfel een bezoek brengen aan de huisarts.

Teken zitten vooral in hoog, schaduwrijk gras en tussen dode bladeren bij lage begroeiing zoals bomen en struiken. Door de klimaatverandering zijn teken tegenwoordig het hele jaar actief. Preventie is dus het hele jaar door noodzakelijk, óók op introductiedagen.

Andere infecties, veroorzaakt door de teek

Een andere ziekteverwekker die door teken overgedragen kan worden is het tick-borne encephalitis virus (TBE virus). Hoewel teken-encefalitis vaak zonder ziekteverschijnselen verloopt, kan het virus ook het centrale zenuwstelsel aantasten en een ontsteking aan hersenvliezen of hersenen veroorzaken.

Bij teken in Nederland worden ook de volgende tekenoverdraagbare ziekteverwekkers gevonden: Anaplasma phagocytophilum, Borrelia miyamotoi, Neoehrlichia mikurensis, Babesia en Rickettsia soorten. Van deze tekenoverdraagbare ziekten is nog onduidelijk of en hoe vaak deze bij mensen voorkomen in Nederland. We weten wel dat 30% van de teken één of meer van deze ziekteverwekkers bij zich draagt. Nog onbekend is of co-infecties van Lymeziekte en andere tekenbeetziekten ernstiger verlopen.

Advies

  • Wijs de studenten op de mogelijke aanwezigheid van teken.
  • Wijs de studenten op het zoveel mogelijk gebruiken van de wandelpaden.
  • Vermijd hoog gras en struiken.
  • Zorg voor een goede en veilige tekenverwijderaar, in ieder geval bij de EHBO-post.
  • Wijs de studenten op het mogelijke gebruik van tekenwerende middelen, zoals DEET en citronellageur.
  • Wijs de studenten op controle op teken na een verblijf in de natuur (dus ook in een park!).

Tijdelijke (overnachtings-)faciliteiten

Bij meerdaagse evenementen zoals introductiedagen wordt vaak gebruik gemaakt van tijdelijke overnachtingsfaciliteiten en andere tijdelijke voorzieningen. Bij tijdelijke voorzieningen bestaat de kans op verminderde hygiëne en daardoor ontstaat een verhoogd risico op overdracht van schadelijke, infectieuze ziekteverwekkers.

Algemeen

Zorg ervoor, dat een eventuele EHBO-post beschikt over stromend water, licht en een apart toilet inclusief een volledige handenwasgelegenheid met stromend water, een zeepdispenser met vloeibare handzeep, papieren handdoekjes voor eenmalig gebruik en een afvalbak.

Alle voorzieningen moeten altijd zonder obstakels bereikbaar zijn voor externe hulpverleners, zoals brandweer, politie en ambulance. Eventuele terreinafbakening mag geen verwondingen kunnen veroorzaken bij studenten of hulpverleners.

Een drinkwatervoorziening moet van goede kwaliteit zijn, dit om te voorkomen dat besmetting van het drinkwater plaatsvindt (NEN-norm 1006). Zie voor meer informatie de factsheet “Tijdelijke (drink)watervoorzieningen en tijdelijke waterinstallaties op evenementen”.

Het sanitairgebouw, toiletten, wasgelegenheid en douches moeten voorzien zijn van verlichting.

Afval moet zorgvuldig en regelmatig worden opgeslagen en verwijderd.

Eventueel aanwezige (speel)toestellen en materialen moeten voldoen aan de eisen van het Warenwet-besluit voor attractie- en speeltoestellen.

Voor zwem- en speelbaden, het zwemmen in recreatieplassen, meren, enzovoorts, gelden specifieke richtlijnen. Mocht u bij de introductiedagen hiervan gebruik willen maken, zie dan de factsheet: “Activiteiten met of in natuurwater of tijdelijke zwemwatervoorzieningen op evenementen” voor aanvullende adviezen.

Toiletvoorzieningen

Er moet 1 toilet per 60 kampeerders aanwezig zijn, met een minimum van 2 toiletten.

Nabij de toiletten moeten aanwezig zijn: een handenwasvoorziening met stromend water, een zeepdispenser met vloeibare handzeep, (papieren) handdoekjes en een afvalbak. De toiletten dienen regelmatig gereinigd en bevoorraad te worden met toiletpapier, vloeibare handzeep, papieren handdoekjes, etc.. Vanzelfsprekend moeten de toiletten goed verlicht zijn.

Zorg ook voor 1 of meerdere mindervalidentoiletten (MiVa’s), inclusief alle faciliteiten.

Als er studenten zijn met een camper of caravan met een eigen chemisch toilet, dan moet er minsten 1 voorziening zijn voor het legen van deze toiletten.

Douches en wasgelegenheden

Er moeten voldoende wasgelegenheden aanwezig zijn. Onder wasgelegenheden worden wasbakken en douches verstaan. Hoeveel wasgelegenheden er nodig zijn hangt onder andere af van het aantal overnachtingen, het soort georganiseerde activiteiten (hoe vies men wordt), het aantal aanwezige personen en de openstellingstijden van de douches.

Voorkomen moet worden, dat bij wasgelegenheden wordt afgewassen, groenten worden schoongemaakt, etc.. Servies, bestek en etenswaren kunnen besmet raken met schadelijke ziekteverwekkers. Afval dient zorgvuldig en regelmatig te worden opgeslagen en verwijderd.

Douches zijn zogenaamde vernevelende waterinstallaties. Daarvoor gelden een aantal specifieke voorschriften, zie de factsheet "Tijdelijke (drink)watervoorzieningen en tijdelijke waterinstallaties op evenementen".

Kampeerterrein

Het wordt afgeraden om een plek alwaar vee wordt gehouden te gebruiken als locatie om een kampeergelegenheid op te zetten. Wanneer toch besloten wordt om dit te doen, neem dan de volgende maatregelen in acht om het risico op infecties te beperken:

  • verwijder het vee minimaal 2 weken vóór de aanvang van het evenement van het terrein;
  • verwijder alle uitwerpselen van het vee op de dag dat het vee van het terrein wordt gehaald.

Infectieziekten

Infectieziekten
Bij het optreden van een ongewoon aantal aandoeningen van vermoedelijk infectieuze aard bij 2 of meer personen (zowel bij bezoekers als medewerkers) moet dit gemeld worden bij de plaatselijke GGD, op basis van artikel 26 van de Wet Publieke Gezondheidszorg. Denk hierbij aan acute maagdarmklachten (diarree en/of braken), geelzucht, huidaandoeningen en andere ernstige aandoeningen van vermoedelijk infectieuze aard.

Om een infectieziekte te bestrijden heeft de GGD zoveel mogelijk informatie nodig. ‘Wanneer en hoe werd de persoon ziek?’, ‘Wat zijn de klachten?’ en ‘Zijn er nog meer bezoekers of werknemers besmet geraakt?’ Houd deze gegevens bij.

Bepaal samen met de afdeling Infectieziektenbestrijding van GGD Haaglanden welke maatregelen u moet nemen. Wanneer het gaat om een infectieziekte, dan zal een GGD-protocol in werking treden.

Voedselveiligheid: bereiden van eten en drinken

Tijdens het bewaren, bereiden en serveren van gerechten kunnen ziekteverwekkers zich gemakkelijk verspreiden, waardoor studenten of medewerkers ziek kunnen worden.

De organisator van een evenement is vanuit het Warenwetbesluit wettelijk verplicht maatregelen te nemen die de kans verkleinen, dat medewerkers en studenten ziek worden van besmet of bedorven eten en drinken.

Eén van de meest voorkomende manieren waarop ziekteverwekkers worden verspreid, is via de handen. Zorg ervoor, dat er altijd een handenwasgelegenheid aanwezig is in de directe nabijheid van de voedselbereidingsplaats. Een volwaardige handwasgelegenheid bestaat uit stromend water, vloeibare handzeep, papieren handdoekjes en een afvalbak.

Let dus op de persoonlijke hygiëne, was de handen regelmatig en houd rekening met de eisen die gesteld worden aan de bereiding van eten en drinken. Let op dat u tijdens de werkzaamheden:

  • geen hand- of polssieraden draagt;
  • de onderarmen onbedekt heeft;
  • wondjes aan handen afdekt met waterafstotend verband of waterafstotende pleisters. Draag eventueel een latex handschoen over de verbonden wond.
  • verzorgde en schone (baard)haren heeft;
  • schone werkkleding draagt;
  • schone kookspullen gebruikt:
  • eten niet met de blote handen aanraakt;
  • koksdoeken niet gebruikt om handen te drogen na het wassen;
  • niet rookt, niet eet en geen kauwgom kauwt.

Zie erop toe, dat mensen met diarree(klachten) niet bij de voedselbereiding betrokken zijn. Houd er rekening mee, dat bij mensen die een NORO-virusinfectie (buikgriep) hebben doorgemaakt, na het herstel van de ziekteverschijnselen zoals diarree en braken het virus nog wel twee weken aanwezig kan blijven in de ontlasting. Dit betekent, dat deze mensen gedurende deze periode andere mensen (collega's en gasten) kunnen besmetten, wanneer onvoldoende hygiëne betracht wordt. De hoeveelheid virus neemt af naarmate de tijd verstrijkt.

Bij de bereiding van eten en drinken gelden de volgende regels:

  • bewaar koelverse producten in de koeling (max. 7°C en pluimvee max. 4°C);
  • houd rauwe producten gescheiden van bereide gerechten;
  • gebruik geen producten waarvan de houdbaarheidsdatum is verstreken;
  • let op de houdbaarheid van de bereide producten. Maak de meest risicovolle gerechten (zoals vlees, pasta, rijst, puree en salades) als laatste klaar. Zet de planning zo nodig op papier;
  • zorg dat bij bereiding van koude gerechten de temperatuur zo laag mogelijk blijft (max. 7°C);
  • verhit rauwe producten tot een temperatuur boven 75°C;
  • warm maaltijden op tot een temperatuur boven 60°C;
  • serveer warme gerechten bij minimaal 60°C en koude gerechten bij maximaal 7°C;
  • laat 1 persoon niet zowel rauw vlees als bereid vlees hanteren met dezelfde handschoenen aan; dit kan zorgen voor besmetting;
  • probeer voedsel zoveel mogelijk te hanteren met gereedschap als lepels en tangen en gebruik voor elk voedingsmiddel een ander gereedschap;
  • is er geen (goede) koelvoorziening in de uitgifte, dan geldt de tweeuursregeling ongekoeld aanbieden; de voorwaarden hiervoor staan beschreven in de Hygiënecode;
  • sluit verpakkingen goed af. Dek schalen, bakjes en pannen af met een deksel of folie;
  • download de barbecuewijzer van het Voedingscentrum op www.voedingscentrum.nl voor meer informatie over veilig barbecueën.

Meer informatie rondom voedselveiligheid leest u in de factsheet "Horecagelegenheid op evenementen".

Seksuele gezondheid

Op evenementen waar veel jongeren aanwezig zijn is het een goed idee om te denken aan preventie op het gebied van seksuele gezondheid. Het gaat dan om onder andere ongewenst seksueel gedrag en bescherming tegen soa’s (condoomgebruik), bescherming tegen ongewenste zwangerschap (anticonceptiegebruik) en seks onder veilige omstandigheden (wensen en grenzen).

Ongewenst seksueel gedrag

Wanneer alcohol of drugs in het spel zijn, vervagen grenzen en neemt het risico op ongewenst seksueel gedrag toe. Van seksuele intimidatie speelt 62% zich af in het uitgaansleven. De helft van het aantal vrouwen dat uitgaat en twee op de tien mannen maken verschillende vormen van seksuele intimidatie mee. Denk aan seksueel getinte opmerkingen, billen knijpen, in het kruis gegrepen worden of nog erger. Het is lang niet altijd even makkelijk om uit zo’n onveilige situatie te komen. Ongewenst seksueel gedrag is niet oké, ook niet bij concerten, op festivals, in clubs en tijdens introductiedagen voor studenten.

Soa’s

Soa’s zijn seksueel overdraagbare aandoeningen. Voorbeelden van soa’s zijn een infectie met hiv, chlamydia, syfilis en gonorroe. Jaarlijks krijgen meer dan 200.000 mensen in Nederland een soa. Veel mensen hebben een soa zonder het te weten.

Bij jongeren komen soa’s vaak voor. Van de jongeren jonger dan 20 jaar die zich lieten testen bij 1 van de landelijke centra voor seksuele gezondheid had in 2018 23% een chlamydia-infectie.

Advies

Neem als organisator de volgende preventieve maatregelen:

  • sluit u aan bij de campagne Ben je oké? van Rutgers. Ben je oké? bestaat 1 jaar en is al op bijna 200 locaties te zien. De deelnemende festival-organisatoren, poppodia, kroegeigenaren, clubs en studentenverenigingen vragen hun bezoekers om uitgaan samen leuker en veiliger te maken. Op de website kunt u de gratis toolkit aanvragen met informatie en materialen als posters, advertenties, banners. Ook ontvangt u tips voor beveiligings- en barpersoneel;
  • verstrek aan de studenten voorlichtingsmateriaal over soa’s om hen te informeren over en te wijzen op de schade die soa’s kunnen aanrichten. Schakel eventueel de GGD in voor informatie en advies;
  • plaats bij de toiletten (zowel bij de dames- als de herentoiletten) een condoomautomaat. Indien het een meerdaags evenement betreft, kan ervoor worden gekozen om gratis condooms te verstrekken.

Meer informatie