Margot werkt voor de afdeling Publieksinformatie van GGD Haaglanden. Zij reed een dag mee in een ambulance voor middencomplexe zorg van Ambulancezorg GGD Haaglanden.
“Doe ons maar van alles”, zegt Manon tegen de Meldkamer als we klaarstaan om te vertrekken. Omdat ik vandaag meerijd, wil de verpleegkundige middencomplexe zorg dat ik een compleet beeld krijg van welke patiënten zij en chauffeur Edwin tijdens een dienst vervoeren. De Meldkamer laat zich dat geen tweede keer zeggen, we gaan meteen op pad. Edwin rijdt ons in de 214 de opkomstpost aan de Waldorpstraat uit, richting Voorburg. Een ambulance voor middencomplexe zorg zoals de 214 is bestemd voor gepland vervoer, voor patiënten die bijvoorbeeld van het ene naar het andere ziekenhuis moeten worden gebracht, of naar een hospice. Tijdens onze eerste rit gaat het om dat laatste; we gaan naar het adres van een vrouw van halverwege de zestig, die haar laatste dagen zal doorbrengen in een hospice in Voorburg.
Afscheid in het hospice
De zoon die met ons meerijdt, vertelt dat ze pas een maand eerder de diagnose heeft gekregen. Manon vraagt de vrouw of ze nog ergens naartoe wil. Misschien naar zee, of een andere plek? Dat hoeft niet, we rijden door. De zoon huilt als we in het hospice afscheid nemen, zijn moeder is kalm, haar hand koel en sterk. We drinken koffie, ook wij moeten even bijkomen. Veel tijd hebben we niet, want in HMC Westeinde ligt een mevrouw van in de tachtig die op ons wacht. We rijden haar naar een revalidatiecentrum, ze kijkt met heldere grijze ogen naar Manon.
“U heeft een hersenbloeding gehad.”
“Dat weet ik niet meer”, zegt de vrouw. Wat ze wel weet: haar man was Italiaans, ze ontmoette hem op het station, hij heeft altijd hard gewerkt, ze kregen kinderen, haar jongste zoon leeft niet meer.
