background image
Epidemiologisch Bulletin

Richtlijnen voor auteurs

Laatste update: 4 april 2022

Leestijd: 5 minuten

Het Epidemiologisch Bulletin wordt gratis verspreid onder hulpverleners, onderzoekers, bestuurders, en beleidsmedewerkers van organisaties werkzaam voor de maatschappelijke gezondheidszorg in regio Haaglanden (gemeenten Den Haag, Delft, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland en Zoetermeer). Op verzoek wordt het bulletin ook aan andere belanghebbenden/belangstellenden gezonden. Iedere uitgave van het bulletin wordt ook op deze website geplaatst.

Karakter

Het Epidemiologisch Bulletin wil de communicatie aanmoedigen tussen hulpverleners, beleidsmedewerkers en onderzoekers die op enigerlei wijze betrokken zijn bij de volksgezondheid in regio Haaglanden. Daartoe publiceert het bulletin korte en lange artikelen.

In de rubriek ´Epidemiologie´ staan artikelen over relevant wetenschappelijk onderzoek, met het accent op de praktische toepasbaarheid van de onderzoeksresultaten voor het beleid. In de rubriek ´Volksgezondheid´ is er aandacht voor ontwikkelingen op het terrein van de volksgezondheid. Deze artikelen zijn beleidsmatig, soms politiek, beschrijvend of opiniërend van karakter.

Verder bericht het bulletin in de rubriek ´Korte berichten´ over actuele zaken aangaande onderzoek, voorlichting, bijeenkomsten en dergelijke. Iedere publicatie bevat tevens een overzicht van de in dat kwartaal bij de inspectie gemelde infectieziekten in regio Haaglanden.

Conform het redactiestatuut van het bulletin is de redactie verantwoordelijk voor inhoud en vormgeving van het blad.

Samenstelling redactie

Het bulletin heeft een Kernredactie, die bestaat uit onder andere medewerkers van de afdeling Epidemiologie van GGD Haaglanden en een redactiesecretaris/eindredacteur. Ook is er een Grote Redactie, bestaande uit de Kernredactie met een aantal externe deskundigen op het gebied van volksgezondheid en epidemiologie. De samenstelling van de redactie staat in het colofon van elke uitgave. Voor het laatste nummer zie www.ggdhaaglanden.nl/epibul.

Eerst de Kernredactie en daarna de Grote Redactie beoordelen de concept artikelen. Auteurs krijgen dus vaak 2 keer, 1 maal vanuit de Kernredactie en 1 maal vanuit Grote Redactie, een reactie op het artikel.

Verklaring

Door aanbieding van de kopij aan de redactie verklaart (verklaren) de auteur(s) akkoord te gaan met publicatie en geen bezwaar te hebben tegen beoordeling van het manuscript door de redactie en ‘externe’ referenten.

Aanlevering tekst

De tekst wordt per e-mail aangeleverd in Word.

De kopij zenden aan

Redactie Epidemiologisch Bulletin: Liesbeth van Dalen, e-mail: info@koopmansenvandalen.nl, telefoon 06 512 39 616

Aanspreekpunt voor auteurs

Elke auteur heeft een Kernredacteur in de redactie als vast aanspreekpunt.

Verschijningsdata

Het bulletin verschijnt in maart, juni, september en december. Ruim 2 maanden voor de verschijningsdatum is de deadline voor de aanlevering van de kopij.

Enkele praktische richtlijnen

Leesbaarheid

Naast de relevantie en inhoud van het artikel is een belangrijk criterium bij plaatsing van een artikel de leesbaarheid van de tekst. Dat betekent onder meer:

  • een woordkeus die de gemiddelde lezer kent;
  • zoveel mogelijk vermijden van vaktermen;
  • beperkt gebruik van de lijdende vorm;
  • een opbouw van het artikel met een kop en een staart en alle elementen daartussen in een logische volgorde.

Overigens wordt ieder artikel dat door de redactie is besproken en geaccepteerd, nog geredigeerd door de eindredacteur van het bulletin. Na deze bewerking door de eindredacteur wordt het nog 1 maal voorgelegd aan de auteur(s).

Opbouw

We publiceren lange (max 2.500 woorden) en korte (max 800 woorden) artikelen. Een lang artikel van circa 2.500 woorden neemt circa 5 pagina’s in beslag in het Epidemiologisch Bulletin; een kort artikel van circa 800 woorden past op 2 pagina’s (inclusief illustraties).

Lange onderzoeksartikelen zijn gestoeld op valide uitgevoerde onderzoeken en volgen over het algemeen de standaardstructuur van onderzoeksartikelen:

  • inleiding, wat is onderzocht en waarom;
  • methoden, hoe is het onderzoek opgezet en uitgevoerd;
  • resultaten, wat is er gevonden;
  • beschouwing/discussie/conclusie, wat betekent dit (voor de Haaglandse situatie).

De redactie vraagt de auteur geen uitputtende methodologische verhandelingen van het onderzoek in de tekst van het artikel op te nemen. Methodologische verantwoordingen/toelichtingen kunnen eventueel in een apart kader in het artikel worden meegenomen. Indien een onderzoeksverslag aanwezig is kan (ook) voor het methodische gedeelte hiernaar worden verwezen.

Een lang onderzoeksartikel wordt voorafgegaan door een samenvatting met als tussenkopjes: Inleiding, Methode, Resultaten en Conclusie. In totaal max. 250 woorden.

Korte artikelen en lange artikelen die niet over onderzoek rapporteren hoeven niet volgens bovenstaande wijze ingedeeld te worden.

Illustraties (figuren, tabellen schema’s, foto’s etc.)

Ter illustratie verdienen figuren en foto’s de voorkeur boven tabellen en ingewikkelde schema’s. Auteurs leveren deze bij voorkeur zelf aan. Het aantal op te nemen getallen in een tabel moet niet te groot worden gekozen.

Voor figuren moeten de in te voeren waarden worden aangeleverd met uitleg over de wijze van presentatie (soort diagram, kolom- of rijgetallen, legenda, beschrijving, tekst kopjes, beschrijving assen etc.). De redactie neemt de verdere bewerking op zich. Het aantal op te nemen illustraties, figuren of tabellen dient in verhouding te staan tot de hoeveelheid tekst.

Vermelding auteur(s)

De auteur(s) wordt/worden op 2 plaatsen in het artikel vermeld.

  • Na de intro worden voor- en achternaam vermeld.
  • Aan het eind van het artikel staan: (eventueel) titel, voorletter(s), achternaam, huidige functie en naam van de instelling/organisatie waar auteur(s) werkzaam is/zijn, en van de eerste auteur (of contactpersoon) het e-mailadres.

Personen en instanties die niet tot de auteurs behoren maar wel aan het onderzoek hebben bijgedragen, kunnen, met hun instemming, in een dankwoord worden vermeld.

Referenties

Het Epidemiologisch bulletin hanteert voor de referenties de Vancouver stijl.

Verwijzingen naar de referenties worden genummerd in de volgorde waarin ze de eerste maal in de tekst worden vermeld. In tekst, tabel of onderschrift wordt de verwijzing aan het einde van de zin achter de punt weergegeven door de vermelding van het nummer in superscript: .1 Als meerdere referenties worden gebruikt, worden ze onderscheiden door middel van een komma zonder spatie: .1,2 of .1,3 Als er meer dan 2 referenties zijn en alle tussenliggende cijfers horen ook in de opsomming thuis, dan gebruik je het koppelteken, bijvoorbeeld: .1-3 of .1,2,5-7.

De literatuurlijst staat op volgorde van de nummers in de tekst. De samenstelling van een referentie is afhankelijk van de bron, zie onderstaand overzicht.

Tijdschriftartikel

[Auteurs]. [Titel van het Artikel]. [Naam van het tijdschrift] [Publicatiejaar], [Volume-nummer] ([Issuenummer]): [Beginpagina]-[Eindpagina].

  • Auteurs worden weergegeven in de vorm: [Familienaam] [Initialen], en onderling van elkaar gescheiden door komma’s. Bij artikelen met meer dan zes auteurs, worden de eerste zes auteurs vermeld, gevolgd door “et al.”.
  • De titel van het artikel wordt vetgedrukt weergegeven.
  • De namen van tijdschriften worden afgekort zoals dat gebeurt in de Index Medicus (Medline). Indien het tijdschrift geen standaardafkorting heeft, wordt de naam van het tijdschrift voluit vermeld.
Voorbeeld:

Vega KJ, Pina I, Krevsky B. Heart transplantation is associated with an increased risk for pancreatobiliary disease. Ann Intern Med 1996, 124(11): 980-983.

Als een tijdschrift in een volume een doorlopende paginering heeft, kan het nummer van het issue weggelaten worden.

Aangepast voorbeeld:

Vega KJ, Pina I, Krevsky B. Heart transplantation is associated with an increased risk for pancreatobiliary disease. Ann Intern Med 1996, 124: 980-983.

Boek

[Auteurs]. [Titel van het boek, inclusief eventuele subtitel]. [Uitgave]. [Plaats van uitgave]: [Uitgever]; [Jaar].

De titel van het boek wordt in bold aangegeven.

Voorbeeld:

Ringsven MK, Bond D. Gerontology and leadership skills for nurses. 2nd ed. Albany (NY): Delmar; 1996.

Indien het een eerste uitgave is, wordt de uitgave niet opgenomen. Als de auteurs editors, redacteurs, compilators, samenstellers of iets dergelijks zijn, wordt dit achter de namen van de personen in kwestie vermeld.

Voorbeeld:

Norman IJ, Redfern SJ, editors. Mental health care for elderly people. New York: Churchill Livingstone; 1996.

Hoofdstuk uit een boek

[Auteurs]. [Titel van het hoofdstuk]. In: [Auteurs van het boek]. [Titel van het boek]. [Uitgave (indien niet de eerste)]. [Plaats van uitgave]: [uitgever]; [jaar]. p. [pagina’s].

De titel van het hoofdstuk wordt in bold aangegeven.

Voorbeeld:

Phillips SJ, Whisnant JP. Hypertension and stroke. In: Laragh JH, Brenner BM, editors. Hypertension: pathophysiology, diagnosis, and management. 2nd ed. New York: Raven; 1995. p. 465-478.

Als het hoofdstuk geen aparte auteurs heeft, refereer je naar het volledige document. Eventueel kan je de nummer van het hoofdstuk en de pagina’s achteraan toevoegen.

Voorbeeld:

Provost C. Geneesmiddelen bij zwangerschap: Boekdeel 1. Leuven: Acco; 1994. Hoofdstuk IV, p. 147199.

Proefschrift

[Auteur]. [Titel met vermelding [proefschrift] tussen vierkante haken]. [Plaats]: [Instelling]; [Jaar].

De titel van het proefschrift wordt in bold aangegeven.

Voorbeeld:

Maertens C. Pharmacological modulation of volume-regulated anion channels [proefschrift]. Leuven: K.U.Leuven; 2001.

Website

[Auteurs]. [Titel]. [Online]. [Publicatiejaar] (bezocht op [dag in 2 cijfers] [maand in 3 letters] [jaar in 4 cijfers]); Beschikbaar op URL: [URL-adres]

Voorbeeld:

National Organization for Rare Diseases [Online]. 1999 (bezocht op 21 aug 1999); Beschikbaar op URL: http://www.rarediseases.org/

 

De redactie

Den Haag, augustus 2019