Regionale Kwaliteitsstandaard Wmo Toezicht (2026)
Veiligheid
2.1 Omgaan met risico’s cliënt
2.1.1 - De beroepskracht is zich bewust van de veiligheidsrisico’s van de cliënt en neemt waar nodig passende maatregelen.
Deze norm is door de toezichthouder kwaliteit Wmo GGD Haaglanden aangepast om explicieter te maken dat van de beroepskracht niet alleen bewustzijn, maar ook actie wordt verwacht bij geconstateerde veiligheidsrisico’s.
De toezichthouder toetst onder meer het volgende:
- De beroepskracht voert een screening uit op (veiligheids-) risico’s van en rondom de cliënt vóór de plaatsing of aanvang van de ondersteuning. Deze screening dient te worden vastgelegd en te leiden tot een zorgvuldige afweging en passende maatregelen. Deze norm is toegevoegd door de toezichthouder kwaliteit Wmo GGD Haaglanden om expliciet te maken dat een systematische screening op (veiligheids-)risico’s van en rondom de cliënt voorafgaand aan de plaatsing of aanvang van de ondersteuning vereist is. Deze norm sluit aan bij bestaande praktijkrichtlijnen en borgt een zorgvuldige afweging en risicobeheersing.
- De beroepskracht brengt samen met de cliënt en, indien aanwezig en met expliciete en schriftelijke toestemming van de client, diens (in)formele netwerk periodiek de veiligheidsrisico’s voor cliënt in kaart en legt deze vast. Deze norm is door de toezichthouder kwaliteit Wmo GGD Haaglanden aangescherpt door het toevoegen van het informele netwerk en het vereisen van expliciete en schriftelijke toestemming van de cliënt voor het betrekken van het (in)formele netwerk bij het in kaart brengen van veiligheidsrisico’s. Dit sluit aan bij de geldende privacyrichtlijnen en het belang van zorgvuldige omgang met cliëntgegevens.
- De beroepskracht neemt samen met de cliënt maatregelen om de veiligheidsrisico’s waar mogelijk te verkleinen of uit te sluiten en legt deze vast.
- Indien medicatiegebruik onderdeel is van de begeleiding of als er risico’s rondom medicatiegebruik worden waargenomen, ondersteunt de beroepskracht de cliënt bij een zorgvuldig en veilig gebruik ervan. Waar mogelijk gebeurt dit met expliciete schriftelijke toestemming van de cliënt, waarbij medische gegevens conform de AVG worden verwerkt. Bij acute risico’s of crisis kan de beroepskracht handelen op basis van professionele verantwoordelijkheid. In het kader van de Wmo 2015 betreft de verantwoordelijkheid van de aanbieder het toezien op medicijngebruik en het aanreiken van medicijnen. Het voorschrijven, het beheer of toedienen van medicijnen valt buiten de reikwijdte van de Wmo.2015. Deze norm is door de toezichthouder van GGD Haaglanden toegevoegd als regionale specificatie om expliciet zicht te houden op medicatiegebruik binnen de Wmo-ondersteuning. Dit borgt dat beroepskrachten, waar nodig, cliënten ondersteunen bij zorgvuldig en veilig medicatiegebruik, binnen de kaders van de professionele verantwoordelijkheid en de geldende wet- en regelgeving (AVG en Wmo 2015).
- De beroepskracht treedt bij acute onveiligheid op.
- De beroepskracht beoordeelt of opschaling of afschaling van ondersteuning noodzakelijk is bij verhoogde of veranderende veiligheidsrisico’s en stemt hierover af met de client en andere relevante partijen zoals ketenpartners. Deze afstemming geschiedt in overeenstemming met de AVG en relevante wet- en regelgeving. Indien vereist, wordt expliciete toestemming van de cliënt vastgelegd. Deze norm is door de toezichthouder kwaliteit Wmo GGD Haaglanden toegevoegd als regionale specificatie om het belang van tijdig op- en afschalen van ondersteuning bij verhoogde of veranderende veiligheidsrisico’s expliciet te waarborgen. Dit sluit aan bij de praktijkervaringen en contractuele eisen in de regio Haaglanden.
Operationele toelichting
- Cliëntdossier – Volledigheid en documentatie van veiligheidsrisico’s en afspraken.
- Crisisbeleid – Richtlijnen en maatregelen voor veiligheid in crisissituaties.
- Evaluatiebeleid – Periodieke evaluaties van veiligheidsrisico’s en genomen maatregelen
- Intake/opnamebeleid – met o.a. beleid voor initiële risicobeoordeling/screening bij de start van ondersteuning.
- Medicatiebeleid – Richtlijnen voor het signaleren van risico’s rondom medicijngebruik en het toezien op medicatie als onderdeel van de begeleiding. Beschrijft ook afspraken voor het handelen in acute situaties en bij crisissituaties.
- Plaatsingsbeleid – Richtlijnen voor opnamedrempels en voorwaarden die bijdragen aan veiligheid.
- Incidentrapportages – Documentatie van incidenten of interventies rond veiligheid.
- Risicobeheerbeleid – Beleid voor risico-inventarisatie, -analyse, -taxatie, en regelmatige evaluatie.
- Screeningbeleid – Richtlijnen voor initiële en vervolgbeoordelingen van cliëntveiligheid.
- Signaleringsplanbeleid – Beleid en evaluaties rond monitoring van signalen voor onveiligheid.
- Handboek veiligheid – Voor richtlijnen en procedures die beroepskrachten volgen bij veiligheidsrisico’s.
- Beleid risicobeheer en opschaling – beschrijft de procedures voor het signaleren en beoordelen van verhoogde veiligheidsrisico’s bij cliënten en de bijbehorende beslissingen over opschalen of afschalen van ondersteuning. Dit beleid omvat ook de samenwerking met ketenpartners, zoals het Zorg- en Veiligheidshuis, en afspraken over acute interventies.
2.2 Veiligheidsbeleid
2.2.1 - De aanbieder borgt de veiligheid van de cliënten en beroepskrachten.
De toezichthouder toetst onder meer het volgende:
- De aanbieder voorziet in geïmplementeerd veiligheidsbeleid.
- De aanbieder beschikt over protocollen en richtlijnen met betrekking tot de veiligheid van cliënten en beroepskrachten.
- De protocollen en richtlijnen zijn passend bij de doelgroep van de aanbieder.
- De beroepskrachten kennen deze protocollen en handelen ernaar.
Operationele toelichting
- Veiligheidsbeleid – Overkoepelend beleid dat beschrijft hoe de veiligheid van cliënten en beroepskrachten wordt geborgd, inclusief preventieve maatregelen, protocollen en verantwoordelijke partijen.
- Handboek veiligheid – Document met operationele richtlijnen voor veiligheidspraktijken, aangepast aan de specifieke doelgroep en omstandigheden van de organisatie.
- Opleidingsdocumentatie veiligheid – Documentatie over veiligheidstrainingen en opleidingseisen die beroepskrachten moeten volgen om bekend te raken met veiligheidsprotocollen.
- Beleid risicoanalyse en risicobeheer – Beleidskader voor het uitvoeren van risicoanalyses en risicotaxaties, inclusief methodes om risico’s periodiek te evalueren en beheersen.
- Medicatiebeleid – Voor situaties waarin medicatieveiligheid onderdeel is van algemene veiligheid, inclusief protocollen voor veilige omgang met medicatie.
2.2.2 - De aanbieder stelt een Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling vast en past deze toe in de praktijk.
De toezichthouder toetst onder meer het volgende:
- De aanbieder heeft een op de voorziening afgestemde Meldcode vastgesteld die voldoet aan het Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.
- De aanbieder bevordert de kennis en het gebruik van de meldcode.
- De beroepskrachten zijn op de hoogte van de Meldcode en passen deze toe.
Operationele toelichting
- Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling – het vastgestelde document waarin de meldcode is beschreven, afgestemd op de specifieke voorziening.
- Trainingen en scholingsmateriaal – documentatie van trainingen die beroepskrachten hebben gevolgd over het herkennen en toepassen van de meldcode.
- Toepassingsinstructies meldcode – richtlijnen en instructies die beroepskrachten helpen de meldcode effectief toe te passen in hun dagelijks werk.
- Verslagen of evaluaties – rapportages of evaluaties van de meldcode in de praktijk, met aandacht voor kennis en naleving door medewerkers.
2.2.3 - De aanbieder leert van incidenten.
De toezichthouder toetst onder meer het volgende:
- De aanbieder hanteert een passende werkwijze voor het melden en leren van incidenten.
- De aanbieder draagt zorg voor een veilige leercultuur binnen de organisatie.
- De aanbieder neemt zo nodig verbetermaatregelen naar aanleiding van incidenten.
- De aanbieder meldt calamiteiten en geweldsincidenten tijdig bij de toezichthouder, conform de Wmo 2015 en het Regionale Calamiteiten- en Geweldsincidentenprotocol.
Deze norm is door toezichthouder kwaliteit Wmo GGD Haaglanden aangevuld met een expliciete verwijzing naar het Regionale Calamiteiten- en Geweldsincidentenprotocol. Hiermee wordt geborgd dat aanbieders niet alleen voldoen aan de meldplicht conform de Wmo 2015, maar ook handelen volgens de regionale afspraken en procedures voor het melden, onderzoeken en opvolgen van calamiteiten en geweldsincidenten
Operationele toelichting
- Beleid en procedure calamiteiten en geweldsincidenten – Overkoepelend beleid en uitgewerkte stappen voor het melden, onderzoeken, opvolgen en rapporteren van calamiteiten. Beschrijft ook hoe leermomenten binnen de organisatie worden gedeeld.
- Incidentenregister – Formeel overzicht van gemelde incidenten, acties en opvolging.
- MIM- en MIC-analyse – Systematische analyses van meldingen voor kwaliteitsverbetering en preventie.
- Verbeterplan/register – Document waarin verbetermaatregelen naar aanleiding van incidenten worden vastgelegd en gemonitord.
- Beleid nazorg – Richtlijnen en registratie voor de inzet van het Bedrijfsopvangteam (BOT) en nazorg aan cliënten, medewerkers en betrokkenen na een incident.
- Methode voor zelfonderzoek – Systematische aanpak voor intern onderzoek naar incidenten, zoals bv de Prisma-methodiek.
- Jaarwerkplan – Overzicht van geplande verbeteracties en evaluatiemomenten op basis van incidenten en leerpunten.
- Zelfmeting cultuur – Analyse-instrument om inzicht te krijgen in de leercultuur binnen de organisatie en deze te verbeteren.
- Documentatie leermomenten – Verslagen of rapportages waarin gedeelde leermomenten, opgedane inzichten en de vertaling naar concrete acties of bijscholing zijn vastgelegd.
2.3 Veilige omgeving
2.3.1 - De aanbieder biedt een veilige, schone, passende en leefbare (woon)omgeving.
Dit betekent in ieder geval dat:
- De (woon)voorziening is voorzien van brand(preventie)middelen.
- Bedrijfshulpverlening/ EHBO in de voorziening is geborgd.
- Alle ruimtes die in gebruik zijn schoon zijn.
- Er huisregels zijn opgesteld en gecommuniceerd met cliënten en beroepskrachten.
- De ruimte is ingericht op de ondersteuning die wordt geboden aan de cliënt.
- De aanbieder zorgt voor een veilige omgeving indien verschillende doelgroepen op één locatie worden opgevangen.
Operationele toelichting
- Beleid fysieke veiligheid en hygiëne – Voor het waarborgen van fysieke veiligheid en netheid door inspecties.
- Schoonmaakbeleid – Voor richtlijnen rondom netheid en hygiënische onderhoud.
- Beleid huisregels en cliëntafspraken – Om huisregels op te stellen, te communiceren, en afspraken met cliënten vast te leggen.
- Sanctie- en toezichtbeleid – Voor regels en afspraken over schorsingen, sancties en toezicht.
- Toezicht- en veiligheidsbeleid – Om toezicht en noodprocedures te borgen, inclusief afspraken over het gebruik van veiligheidsvoorzieningen.
- Beleid middelengebruik – Voor het reguleren en begeleiden van middelengebruik binnen de voorzieningen.
- Risico-inventarisatie en -evaluatie (RIE) – Voor periodieke evaluaties van risico’s en veiligheidsrisico’s.
- Veiligheidsmiddelen – Zoals camera’s, portofoons, en alarmknoppen, als optionele middelen voor noodgevallen.
Meer over de Regionale Kwaliteitsstandaard
De kwailteitsstandaard als Pdf kunt u per mail bij ons aanvragen.
Vraag de Pdf aan