Regionale Kwaliteitsstandaard Wmo Toezicht (2026)
Profesionaliteit
3.1 Personeel
Wanneer de aanbieder met onderaannemers of ZZP’ers werkt, gelden de eisen ook voor de onderaannemers en ZZP’ers.
3.1.1 - De beroepskracht is vakbekwaam en gekwalificeerd.
De toezichthouder toetst onder meer het volgende:
- De beroepskracht is passend opgeleid, middels erkend diploma of certificaat en conform brancheafspraken.
- De beroepskracht heeft een duidelijk takenpakket, dat past bij de eigen bekwaamheid en bij de ondersteuningsbehoefte van de cliënt.
- De aanbieder zorgt dat er voldoende deskundige beroepskrachten zijn, afgestemd op de cliënt en de ondersteuningsbehoefte.
Operationele toelichting
- Personeelsbeleid – Overkoepelend beleid dat vakbekwaamheid, scholing, verantwoorde werktoedeling en professionalisering van beroepskrachten borgt.
- Beleid functionerings- en beoordelingsgesprekken – Richtlijnen voor het voeren van gesprekken om de bekwaamheid en ontwikkeling van beroepskrachten te evalueren en verbeteren.
- Beleid Werk- en Cliënttoedeling – Richtlijnen die criteria beschrijven voor het toewijzen van taken en cliënten, gebaseerd op bekwaamheid en ondersteuningsbehoefte.
- Scholingsbeleid – Kader voor basis- en bijscholing van beroepskrachten, passend bij de doelgroep.
- Inwerkbeleid – Beleidsrichtlijnen voor de begeleiding van nieuwe medewerkers.
- Functieprofielen – (Beleids-)documenten die de taken, verantwoordelijkheden en kwalificaties van beroepskrachten omschrijven.
- Diplomacheck en registratie – Procedures en registratiesystemen waarin de controle en vastlegging van erkende diploma’s en certificaten worden geborgd.
- Scholingsoverzicht – Overzicht van gevolgde en vereiste opleidingen, trainingen en bijscholing van beroepskrachten.
3.1.2 - De aanbieder stimuleert en ondersteunt de beroepskrachten en bevordert hun ontwikkeling
De toezichthouder toetst onder meer het volgende:
- De aanbieder zorgt voor bijscholing die is afgestemd op de doelgroep en de werkzaamheden.
- Binnen de organisatie zijn voldoende mogelijkheden voor beroepskrachten om periodiek te reflecteren op hun werkzaamheden.
Operationele toelichting
- Beleid professionele ontwikkeling – Richtlijnen voor bijscholing en voortdurende ontwikkeling van beroepskrachten.
- Intervisiebeleid – Kader voor het organiseren van reflectiemomenten en intervisie binnen de organisatie.
- Feedback- en evaluatiebeleid – Richtlijnen voor functionerings- en beoordelingsgesprekken gericht op ontwikkeling.
- Scholingsplan – Concreet plan dat voortkomt uit het beleid en specificeert welke trainingen en cursussen worden aangeboden.
- Beleid medewerkerstevredenheid – Omvat het monitoren en analyseren van tevredenheid van beroepskrachten als onderdeel van ontwikkelingsstimulans.
3.1.3 - Beroepskrachten en vrijwilligers beschikken over een passende VOG.
De toezichthouder toetst onder meer het volgende:
- De aanbieder beschikt over de VOG’s van een aanbieder die werkt als solistisch natuurlijk persoon, beroepskrachten, vrijwilligers die direct contact hebben met cliënten, en andere personen die beroepsmatig contact kunnen hebben met cliënten.
- De VOG is niet ouder dan 3 maanden, op het moment dat de beroepskracht of vrijwilliger voor de aanbieder is gaan werken.
Operationele toelichting
- Beleid vergewisplicht – Richtlijnen voor naleving van de vergewisplicht, inclusief procedures voor het controleren van referenties en achtergrond van beroepskrachten, vrijwilligers en stagiairs.
- Beleid VOG – Beschrijft de vereisten voor het aanvragen, bewaren en bijwerken van Verklaringen Omtrent Gedrag (VOG), inclusief voorwaarden voor geldigheid (bijvoorbeeld niet ouder dan drie maanden bij indiensttreding).
- Registratiesysteem VOG – Een systeem of proces voor het vastleggen en beheren van de aanwezigheid en geldigheid van VOG’s voor alle betrokken medewerkers, vrijwilligers en stagiairs.
- Wkkgz Richtlijnen – Toelichting op hoe de organisatie voldoet aan de Wet kwaliteit klachten en geschillen zorg, inclusief specifieke verplichtingen rondom de vergewisplicht.
3.1.4 - De aanbieder zorgt voor verantwoorde inzet en begeleiding van vrijwilligers, stagiaires en ervaringsdeskundigen zonder kwalificatie.
De toezichthouder toetst onder meer het volgende:
- Aanbieder heeft beleid voor een verantwoorde inzet van vrijwilligers en overig niet- gekwalificeerd medewerkers.
- Inzet van niet-gekwalificeerde beroepskrachten vindt plaats onder de verantwoordelijkheid van een gekwalificeerde beroepskracht. De inzet is altijd in redelijke verhouding met de professionele inzet, afgestemd op de doelgroep en de ondersteuningsbehoefte.
- Vrijwilligers en overig niet-gekwalificeerde medewerkers zijn op de hoogte van de voor hun taak relevante binnen de organisatie geldende procedures en richtlijnen.
Operationele toelichting
- Beleid Verantwoorde Inzet Vrijwilligers en Stagiairs – Beschrijft richtlijnen voor een veilige, passende en verantwoorde inzet van vrijwilligers en stagiairs binnen de organisatie.
- Beleid Begeleiding Vrijwilligers en Stagiairs – Richtlijnen voor de begeleiding, verantwoordelijkheden en supervisie van vrijwilligers en stagiairs.
- Functieprofielen en Takenpakketten – Documentatie waarin de rollen, taken en grenzen van verantwoordelijkheid van vrijwilligers en stagiairs zijn vastgelegd.
- Overeenkomsten Vrijwilligers en Stagiairs – Schriftelijke afspraken over taken, verantwoordelijkheden en voorwaarden voor de inzet van vrijwilligers en stagiairs.
- Beleid Kwaliteitsbewaking Vrijwilligers en Stagiairs – Beschrijft hoe de kwaliteit van het werk door vrijwilligers en stagiairs wordt gemonitord en bijgestuurd.
- Beleid Procedures en Richtlijnen voor Vrijwilligers en Stagiairs – Richtlijnen die binnen de organisatie gelden en relevant zijn voor de werkzaamheden van vrijwilligers en stagiairs.
- Beleid Proportionele Inzet van Niet-Gekwalificeerd Personeel – Omschrijft de verhouding tussen niet-gekwalificeerd en gekwalificeerd personeel, afgestemd op doelgroep en ondersteuningsbehoefte.
3.2 Kwaliteitsbeleid
3.2.1 - De aanbieder borgt en bewaakt systematisch de kwaliteit van de ondersteuning.
De toezichthouder toetst onder meer het volgende:
- De aanbieder heeft actueel beleid, passend bij de doelgroep en evalueert en stelt het bij op regelmatige basis.
- De aanbieder borgt en bewaakt systematisch de kwaliteit van de ondersteuning.
- De aanbieder schept voorwaarden voor een cultuur gericht op leren en verbeteren.
Operationele toelichting
- Kwaliteitsmanagementsysteem (KMS): Overkoepelend systeem waarin beleid, processen en monitoring zijn geïntegreerd om de kwaliteit van ondersteuning systematisch te borgen.
- Beleid Kwaliteitsmanagement: Richtlijnen voor de systematische borging en bewaking van kwaliteit, inclusief de toepassing van de PDCA-cyclus.
- Kwaliteitsplan: Jaarlijks of meerjarig plan met doelen en aanpak voor kwaliteitsverbetering.
- Beleid Evaluatie en Monitoring: Richtlijnen voor periodieke evaluaties van kwaliteit en het verwerken van uitkomsten en het systematisch delen van trends en ontwikkelingen binnen verschillende organisatieniveaus om verbeteringen te stimuleren.
- Beleid Leren en Verbeteren: Focus op het bevorderen van een lerende organisatiecultuur en verbeterinitiatieven en het faciliteren van beroepskrachten om regelmatig af te stemmen en te reflecteren op hun handelen en de kwaliteit van de ondersteuning. Beschrijft hoe verbeteringen voortkomen uit deze reflectie.
- Beleid risicoanalyse op organisatie-, afdelings- en medewerkersniveau – Document waarin periodieke risico-inventarisaties op deze niveaus worden uitgevoerd en beheersmaatregelen worden vastgelegd.
- Audits: Richtlijnen en rapportages van interne en externe kwaliteitsaudits, inclusief opvolging.
- Klachtenanalysebeleid: Beleid voor het analyseren van klachten en het implementeren van verbetermaatregelen.
- Cliënttevredenheidsbeleid: Beleid voor het uitvoeren en gebruiken van cliënttevredenheidsonderzoeken.
- Medewerkers-tevredenheidsbeleid: Beleid voor het monitoren en verbeteren van medewerkerstevredenheid.
- Governancecode Zorg: De aanbieder handelt conform de principes van goed bestuur en toezicht zoals opgenomen in de Governancecode Zorg, gericht op integriteit, transparantie en verantwoordelijkheid.
3.2.2 - De aanbieder draagt zorg voor samenwerking intern en met andere organisaties
De toezichthouder toetst onder meer het volgende:
- De aanbieder draagt aantoonbaar zorg voor een verdeling van taken en verantwoordelijkheden.
- De aanbieder werkt op organisatieniveau samen met andere organisaties.
Operationele toelichting
- Beleid Samenwerking Intern en Extern – Richtlijnen voor de samenwerking tussen afdelingen binnen de organisatie en voor samenwerking met externe organisaties.
- Taak- en Verantwoordelijkheidsverdeling – Document waarin de verdeling van taken en verantwoordelijkheden tussen afdelingen en medewerkers is vastgelegd, voor een duidelijke samenwerking en coördinatie.
- Samenwerkingsovereenkomsten Externe Organisaties – Overeenkomsten met andere organisaties die de gezamenlijke samenwerking vastleggen en waarin afspraken op organisatieniveau zijn uitgewerkt.
- Verslagen Interne en Externe Overleggen – Verslagen van overlegmomenten waarin interne samenwerking en de samenwerking met andere organisaties worden besproken.
- Evaluaties Samenwerking – Evaluaties van zowel interne als externe samenwerkingen om de effectiviteit te beoordelen en eventuele verbeteringen door te voeren.
Meer over de Regionale Kwaliteitsstandaard
De kwailteitsstandaard als Pdf kunt u per mail bij ons aanvragen.
Vraag de Pdf aan