Regionale Kwaliteitsstandaard 2026 Toezicht Wmo
Achtergrond en wettelijk kader
Per 1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Deze wet verplicht gemeenten om zorg te dragen voor de kwaliteit en continuïteit van de voorzieningen a. begeleiding; b. dagbesteding; c. vervoer van en naar dagbesteding; d. hulp bij het huishouden; e. logeervoorziening/ kortdurend verblijf; f. beschermd wonen; g. maatschappelijke opvang (waaronder vrouwen- en mannenopvang); h. hulpmiddelen; i. woningaanpassing en woonvoorzieningen; j. persoonsgebonden Budget (pgb); k. de algemene voorzieningen; l. de Toegang Wmo voor het geval dat dit hulpverlening vanuit de Toegang betreft. en het toezicht op de voorzieningen.
Elke gemeente moet daarvoor een toezichthouder aanstellen. De toezichthouder heeft de bevoegdheden zoals bepaald in de Algemene wet bestuursrecht.
Rol en taken van de Toezichthouder
De colleges van B&W van tien gemeenten in de regio Haaglanden en de gemeente Lansingerland De colleges van Burgemeester en Wethouders van de volgende gemeenten hebben GGD Haaglanden aangewezen als toezichthouder: Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland en Zoetermeer (regio Haaglanden) en Lansingerland. hebben de directeur Publieke Gezondheid van GGD Haaglanden aangewezen als toezichthouder voor de kwaliteit van de uitvoering van de Wmo 2015 (artikel 6.1 Wmo 2015). Voor het vervullen van deze toezichthoudende functie hebben de gemeenten in de regio Haaglanden en Lansingerland een meerjarige dienstverleningsovereenkomst met de GGD Haaglanden afgesloten.
De toezichthouder houdt proactief toezicht door middel van preventief onderzoek en reactief toezicht op basis van signalen en meldingen van calamiteiten en geweldsincidenten. Het toezicht is gericht op de naleving van Wmo 2015 en daaruit voorvloeiende regelgeving. Hieronder vallen bijvoorbeeld de toekennings-, vaststellings- en kwaliteitseisen uit de lokale verordening, en eventuele aanvullende voorwaarden die zijn gesteld in overeenkomsten met aanbieders. Mocht in de toekomst in een AMvB
Een algemene maatregel van bestuur (AMvB) is een besluit van de regering waarin regels uit een wet verder worden uitgewerkt.
Voordeel is dat niet alle details precies in de wet zelf geregeld hoeven te worden. Bovendien kan een AMvB veel makkelijker (en dus sneller) worden gewijzigd dan een wet.
aanvullende kwaliteitseisen worden vastgesteld, dan zal het toezicht hier ook betrekking op hebben.
Het toezicht richt zich onder meer op de vraag of aanbieders van Wmo-voorzieningen voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen van artikel 3.1 Wmo 2015. Deze kwaliteitseisen zijn vertaald naar operationele normen en opgenomen in deze Regionale Kwaliteitsstandaard 2026. De toezichthouder toetst aan de hand van deze operationele eisen of een voorziening van goede kwaliteit is.
Toepasselijkheid
De Regionale Kwaliteitsstandaard 2026 is geldend voor alle gecontracteerde en gesubsidieerde aanbieders in de regio Haaglanden en gemeente Lansingerland die onder de Wmo 2015 vallen en Wmo-voorzieningen bieden. Ook andere aanbieders, zoals formele pgb-aanbieders, kunnen onder de standaard vallen indien dit expliciet is vastgelegd in de gemeentelijke verordening. Deze aanbieders worden geacht kennis te nemen van de Regionale Kwaliteitsstandaard 2026 en naar de daarin opgenomen eisen te handelen. Aanbieders wordt geadviseerd om te controleren welke aanvullende eisen in de verordening van de betreffende gemeente zijn opgenomen.
De gemeenten verwijzen in hun contracten naar de Regionale Kwaliteitsstandaard 2026, waardoor deze automatisch deel uitmaakt van de contractuele verplichtingen. De hoofdaannemer is verantwoordelijk voor de naleving van de eisen bij de uitvoering door onderaannemers en zzp’ers. Het is aan te raden dat de hoofdaannemer in contracten met onderaannemers en zzp’ers verwijst naar de Regionale Kwaliteitsstandaard 2026, zodat zij op de hoogte zijn van de geldende eisen.
De Regionale Kwaliteitsstandaard 2026 treedt in werking op 1 september 2026, nadat deze door de betrokken gemeenten is vastgesteld, goedgekeurd of van toepassing verklaard.
Leeswijzer
De standaard is opgebouwd rond drie thema’s — de cliënt, veiligheid en professionaliteit — en de normen binnen elk thema zijn uitgewerkt in vier kolommen. [Deze vormgeving is van toepassing op de Pdf die u kunt aanvragen bij de afdeling Toezicht Wmo van GGD Haaglanden. De vormgeving op deze website is anders, de inhoud is identiek].
De normen in kolommen 1 tot en met 3 zijn gebaseerd op het landelijke toetsingskader van GGD GHOR, aangevuld met regionale normen waar nodig (zichtbaar via voetnoten). Deze kolommen zijn formeel vastgesteld door de gemeenten en vormen de basis waaraan aanbieders worden getoetst.
Kolom 4 bevat operationele toelichtingen ter illustratie van waar de toezichthouder in de praktijk naar kijkt. De voorbeelden in kolom 4 zijn niet limitatief; de toezichthouder kan ook andere bronnen of documenten bij het onderzoek betrekken. Kolom 4 is niet formeel vastgesteld door de gemeenten en kan worden aangepast aan de praktijk en veranderende regelgeving.
De standaard verwijst regelmatig naar beleid, zoals veiligheidsbeleid of medicatiebeleid. Bij toezicht wordt niet alleen gekeken of zulke beleidsdocumenten aanwezig zijn, maar ook of het beleid bekend is bij medewerkers, wordt nageleefd in de praktijk en aansluit bij de doelgroep en context van de voorziening. Beleid moet dus niet alleen op papier kloppen, maar ook in de praktijk werken.
Niet alle normen zijn voor elke voorziening even relevant. Aanbieders worden geacht als professional een weloverwogen afweging te maken over de toepasbaarheid van normen, rekening houdend met de doelgroep en de aard van de geboden ondersteuning. Zij dienen deze keuzes te kunnen onderbouwen volgens het “pas toe of leg uit”-principe.
Deze uitleg in de leeswijzer is van toepassing op de Pdf die u kunt aanvragen bij de afdeling Toezicht Wmo van GGD Haaglanden. De vormgeving op deze website kan afwijken.
Toetsing en toepassing normen Regionale Kwaliteitsstandaard 2026
De Regionale Kwaliteitsstandaard 2026 vormt de basis voor de onderzoeken van de toezichthouder. Met de normen uit deze standaard als uitgangspunt onderzoekt de toezichthouder bij aanbieders of de kwaliteit van de ondersteuning in de praktijk voldoet aan de gestelde eisen. Dit gebeurt aan de hand van diverse bronnen, zoals cliëntdossiers, ondersteuningsplannen, kwaliteitsmanagementsystemen, beleidsdocumenten, registraties en rapportages, maar ook gesprekken met medewerkers en cliënten en observaties tijdens bezoeken. Daarbij wordt niet alleen gekeken of beleid en procedures op papier aanwezig zijn, maar ook of deze daadwerkelijk worden toegepast in de dagelijkse praktijk. Uiteindelijk gaat het erom of de bedoeling van de Wmo wordt gerealiseerd: kwalitatief goede ondersteuning die bijdraagt aan de zelfredzaamheid en participatie van burgers.
De standaard kan daarnaast ook door aanbieders zelf worden gebruikt als kader voor zelfevaluatie, om de eigen kwaliteit te toetsen en waar nodig te verbeteren.
Niet alle normen zijn voor elke voorziening even relevant; de toepasbaarheid hangt af van de doelgroep en de aard van de geboden ondersteuning. Aanbieders worden geacht als professional een weloverwogen afweging te maken over welke normen op hun situatie van toepassing zijn. Zij dienen deze keuzes te kunnen onderbouwen volgens het “pas toe of leg uit”-principe.
De kwaliteitsstandaard liever als Pdf ontvangen?
De kwailteitsstandaard als Pdf kunt u per mail bij ons aanvragen.
Vraag de Pdf aan