Er zijn in de regio 7 personen met bof in beeld gekomen bij GGD Haaglanden die in februari en maart ziek zijn geweest. Deze bof meldingen zijn voor ons aanleiding om te wijzen op het belang van vaccinatie, omdat een lagere vaccinatiegraad de kans op verspreiding vergroot.
Gaat u binnenkort op vakantie?
Controleer dan of uzelf en uw kinderen gevaccineerd zijn tegen bof (BMR‑vaccinatie). Dit verkleint de kans dat u bof krijgt of anderen besmet.
Krijgt u na vakantie klachten die bij bof passen?
Vermijd contact met jonge kinderen en met mensen die niet gevaccineerd zijn. Neem contact op met uw huisarts als u erg ziek bent. U kunt ook met de GGD overleggen wat u kunt doen om anderen te beschermen.
Wat doet de GGD bij meldingen van bof?
De GGD houdt bij hoeveel mensen in de regio bof krijgen. Bij een melding doen we onderzoek naar hoe iemand besmet is geraakt en met wie er contact is geweest. Dit heet bron‑ en contactonderzoek.
Als dat nodig is, informeren we mensen die mogelijk risico lopen. We kijken ook of er in de omgeving mensen zijn die extra kwetsbaar zijn, zoals jonge kinderen die hun eerste vaccinatie nog niet hebben gehad.
We werken samen met huisartsen, scholen, kinderopvang en de jeugdgezondheidszorg om te voorkomen dat de bof zich verder verspreidt.
GGD Haaglanden maakt zich zorgen over de lage vaccinatiegraad in onze regio. In meerdere gemeenten is de vaccinatiegraad te laag om infectieziekten zoals bof en mazelen goed te kunnen tegenhouden. Daardoor is de kans groter dat deze ziekten zich verspreiden.
Wat is de bof?
Bof wordt veroorzaakt door het bofvirus. Meestal verloopt de ziekte mild, vooral bij jonge kinderen. Een bekend kenmerk van bof is één of twee dikke wangen. Dit komt doordat de speekselklieren ontstoken zijn en opzwellen. Deze zwelling kan pijn doen, vooral bij het openen van de mond.
Welke klachten kunt u krijgen?
Als iemand ziek wordt van bof, begint dat vaak met:
- koorts
- hoofdpijn
- spierpijn
- verkoudheidsklachten
Daarna kunnen de speekselklieren opzwellen, meestal zichtbaar als een dikke wang. Veel mensen krijgen ook oorpijn. De klachten verdwijnen meestal binnen ongeveer een week.
Soms krijgt iemand ernstigere klachten, zoals een ontsteking van de zaadballen of eierstokken of problemen met het gehoor. Dit komt niet vaak voor, maar is wel een belangrijke reden om bof te voorkomen door vaccinatie.
Hoe krijgt u de bof?
Het bofvirus verspreidt zich gemakkelijk van mens tot mens, bijvoorbeeld door:
- hoesten en niezen
- handen
- speelgoed
Na besmetting duurt het 2 tot 3 weken voordat iemand ziek wordt. Iemand met bof kan al anderen besmetten voordat de klachten beginnen.
Hoe kunt u de bof voorkomen?
Vaccinatie is de beste bescherming tegen bof.
In Nederland krijgen kinderen via het Rijksvaccinatieprogramma een vaccinatie tegen bof, mazelen en rodehond (BMR). Dit gebeurt als kinderen 14 maanden en 3 jaar oud zijn.
Vaccinatie kan niet altijd voorkomen dat iemand bof krijgt, maar de kans op ernstige klachten is veel kleiner. Heeft u ooit bof gehad? Dan is de kans klein dat u het opnieuw krijgt. En als dat toch gebeurt, verloopt de ziekte meestal mild.
Wat kunt u doen bij klachten?
Er is geen behandeling tegen het bofvirus. Het lichaam ruimt het virus zelf op. Bij klachten kunt u bijvoorbeeld paracetamol gebruiken tegen pijn en koorts.
Denkt u dat u of uw kind bof heeft? Neem dan contact op met uw huisarts. De huisarts meldt bof bij de GGD. Zo kan de GGD goed volgen hoeveel mensen ziek zijn en actie ondernemen als dat nodig is.
Meer informatie vindt u op Bof | Thuisarts.nl.
Hoe vaak komt de bof voor in Nederland?
Tot 1987 kreeg bijna iedereen als kind de bof. Sommige kinderen en volwassenen werden ernstig ziek, bijvoorbeeld door een hersenvliesontsteking. Daarom is de vaccinatie tegen bof sinds 1987 onderdeel van het Rijksvaccinatieprogramma.
Waarom is vaccineren belangrijk?
Als veel mensen gevaccineerd zijn, kan het bofvirus zich minder goed verspreiden. Zo beschermen we ook:
- baby’s die nog te jong zijn voor vaccinatie
- mensen die door hun gezondheid geen vaccinaties mogen krijgen
De vaccinatiegraad in regio Haaglanden is lager dan gewenst. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) adviseert voor de BMR‑vaccinatie een vaccinatiegraad van 95%. In meerdere gemeenten is de vaccinatiegraad onvoldoende om uitbraken van infectieziekten te voorkomen.